Verslag bijeenkomst 7 september

Prize Papers Consortium
Bijeenkomst op 7 september 2011, Huygens ING

Aanwezig: Karina van Dalen-Oskam (verslag), Els van Eyck, (voorzitter), Lex Heerma van Voss (Huygens ING), Roelof Hol, Marc Kemps-Snijders (Meertens Instituut), Perry Moree, Joost Schokkenbroek (Scheepvaartmuseum), Nicoline van der Sijs, Marijke van der Wal, Henk Wals
Afmeldingen van: Hans Bennis, Herman Roodenburg, Ton van Velzen, Gerrit Knaap

1. Welkom
Els van Eijck heet iedereen welkom en benadrukt nog eens dat het prize Paper Consortium een informeel consortium is – het bestaat zoals het is, en is dus niet nog “in oprichting”. Het doel van het consortium is het zoeken naar samenwerkingsmogelijkheden. Als zich mogelijke nieuwe partners aandienen die een praktisch belang bij samenwerking hebben, dan zijn zij welkom om aan te schuiven.

2. Stand van zaken bij de diverse instellingen en projecten

Marijke van der Wal: project Brieven als buit verloopt voorspoedig. Taalkundige analyse van 17e/18e eeuwse brieven. Het project loopt tot september 2013 en resulteert in twee dissertaties, een monografie en corpora. Marijke zal nog wat meer in detail aangeven welk materiaal in haar project is bekeken – 4 van de 7 dozen, waaruit een selectie is gemaakt. Signaturen zijn binnen haar project omgenummerd. Huygens ING zal een template opzetten waarin elk project zo kan inventariseren wat er is gedaan.

Henk Wals: Tot nu toe was Huygens ING betrokken vanuit aanbod vane gebruik van eLaborate. In het nieuwe onderzoeksprogramma dat momenteel wordt opgesteld zal mogelijk ook meer inhoudelijke aandacht voor de Prize Papers komen. Hiervoor is Lex Heerma van Voss verantwoordelijk die binnenkort start als hoofd van de afdeling Politiek-institutionele geschiedenis. Karina van Dalen-Oskam is onlangs hoofd van de afdeling Letterkunde geworden en zal vanuit eLaborate bij het consortium betrokken blijven, maar de coördinerende taak overdragen aan Lex.

Lex Heerma van Voss: stelt zich nader voor. Is nu nog onderzoeker bij het IISG. Samen met Jan Lucassen, Jelle van Lottum en Matthias van Rossum gebruikt hij de Intrerrogations als bron voor een onderzoek naar de arbeidsproductiviteit aan boord van schepen.

Karina van Dalen-Oskam: meldt dat eLaborate3 onlangs is gereleased en dat Nicoline van der Sijs inmiddels heeft getest in hoeverre het voor haar project gebruikt kan worden. Een aantal zaken is aangepast ten behoeve van haar project en kan binnenkort opnieuw getest worden.

Joost Schokkenbroek: is hoofdconservator wetenschapsprogramma’s van Het Scheepvaart Museum. Is geïnteresseerd in de Prize Papers vanuit de objecten die ook met de scheepvaart en de papieren te maken hebben: die kunnen meer informatie opleveren over de objecten en over hun achtergronden. Een interessant project loopt waarin Jeroen Terbrugge onderzoek doet naar een zilveren beker met de namen van vrijgekregen VOC-schippers (en hun bemanningen) die in het Scheepvaartmuseum berust.

Roelof Hol: meldt dat het Nationaal Archief de overdracht van het project van de KB nu aan het afhandelen is. Ton van Velzen gaat binnenkort met pensioen. Roelof wijst erop dat er heel wat moet gebeuren om de digitale chaos rond oude en nieuwe scans e.d. te ordenen.
Op 3 en 4 november 2011 is er een WIC-bijeenkomst; op 9 december is er een bijeenkomst op het Scheepvaartmuseum over VOC opvarenden (nadere informatie volgt nog) waarin het Nationaal Archief en het Scheepvaartmuseum concrete intenties rond de Prize Papers zullen uitspreken (zie de blog post van Roelof op 6 september 2011). Deze instellingen zouden penvoerders/trekkers kunnen zijn van een groot onderzoeksprogramma.
Verder meldt Roelof dat Frankrijk ook iets met de Prize Papers wil doen.

Naar aanleiding van de bijdragen van Joost en Roelof ontspint zich de volgende discussie.
Els wil benadrukken dat er geen enkel merkrecht op de Sailing Letters berust: de naam en het eerdere project waren een middel om aandacht voor het materiaal te genereren. Niemand hoeft zich gehinderd te voelen om daar gebruik van te maken. Els geeft aan dat de voorzet van Roelof en Joost concreter gemaakt kan worden door meer op het “levende” aspect te wijzen, en de ontsluiting te noemen. Een onderzoeksprogramma alleen is nog niet interessant genoeg voor subsidiegevers. Deelonderzoeken kunnen wellicht aangevraagd worden bij de scheepvaartfondsen.
Lex merkt op dat de inventaris van wat er tot nu toe gedaan is ook de lacunes zichtbaar zal maken; en als dat gebeurd is, is een combinatie van onderzoek en toolontwikkeling/ontsluiting kansrijker voor subsidie dan onderzoek alleen.
Henk merkt op dat de beide ondertekenaars, het Nationaal Archief en het Scheepvaartmuseum, geen van beiden onderzoeksinstellingen zijn. Eventueel zou de KNAW die rol kunnen vervullen.
Els vat samen dat een plan voor fondsenwerving pas kan worden opgesteld als de beoogde inventaris is gedaan. Huygens ING zal de inventarisatie coördineren (Lex) en het Nationaal Archief zal de archivalische kant beschrijven. Dat wordt vervolgens samengebracht om van daaruit een onderzoeksprogramma te gaan opstellen. De blog post van Hanno Brand op de weblog geeft daar al een heel goede start in. Dan wordt alles weer besproken in het Consortium. De aanwezige onderzoekers benadrukken dat zij niet alleen een inventaris voorzien van relevante metadata willen hebben, maar dat zij machineleesbare transcripties van ALLES willen hebben voor het onderzoek dat zij voor ogen hebben en dat we gezamenlijk zouden moeten kijken hoe we naar die ideale situatie toe kunnen werken. Ook wordt er gezegd dat een inventaris van al bestaand/lopend onderzoek nodig is om te kunnen zien wat er in een nieuw onderzoeksprogramma ondergebracht zou moeten/kunnen worden. Lex wil de inventaris voor 1 november rond hebben, om dan in een volgende cijeenkomst half november te bespreken. Die bijeenkomst levert dan weer input voor de bijeenkomst op 9 december waarnaar Joost en Roelof verwezen.

Nicoline van der Sijs en Marc Kemps-Snijders: Nicoline meldt dat de eerste stap in haar project zal zijn om vrijwilligers de benodigde metadata aan de al beschikbare scans (ca. 10.000 stuks) te laten toekennen. Dat gebeurt mogelijk nog niet in eLaborate maar in een andere tool, waarvan het resultaat dan later in eLaborate zal worden ingelezen voor de transcriptiefase van het project. Overleg met het Nationaal Archief over de beschikbaarstelling van de scans verloopt nog niet heel praktisch – het is onduidelijk wie voor wat verantwoordelijk is. Roelof geeft aan dat hij in geval van problemen hierover benaderd kan worden. Nicoline benadrukt dat het doel van haar project is om op basis van de transcripties taalkundig onderzoek te doen. Marc voegt eraan toe dat in technisch opzicht gestreefd worden aan de CLARIN-standaarden te voldoen (zie www.clarin.nl). Hij wijst er ook op dat de vrijwilligers van Nicoline voor een behoorlijke massa in de data kan zorgen.

Marijke reageert hierop met de opmerking dat zij ook ervaring heeft met het werken met vrijwillige transcribenten in haar project “Wikiscripta Neerlandica.”, en dat het erg veel tijd aan begeleiding vergt. Roelof weet van een vrijwilligersgroep van het Nationaal Archief die wellicht ook in Nicolines groep zou kunnen participeren (de GenLias groep). Het NA zoekt samen met de Taalunie naar geld om een online cursus transcriberen op te zetten voor Nederlandse archieven in het buitenland, getiteld Going Dutch. Henk merkt op dat zo’n handleiding ook mooi aan de tool eLaborate te koppelen zou zijn.

Perry Moree: er volgen nog twee delen van de Journaals, deel 4 en 5. Deel 4, over de Europese vaart en de kapingen, wordt op 23 november gepresenteerd. Deel 5 volgt in 2012, met capita selecta uit allerlei onderwerpen. De financiën voor dit deel moeten nog worden geregeld. Voortzetting van de reeks: in principe is de reeks dan afgesloten, maar het is niet uitgesloten dat er toch nog delen zullen volgen. Perry heeft in zijn functie bij Brill met Marti Huetink een plan ontwikkeld voor “Primary sources”, een online project rond de Prize Papers. Hierbij zou de nadruk niet vallen op Nederland, maar meer op het buitenland. Het project is gericht op digitalisering en start op 2 oktober 2011. Er worden ca. 300.000 scans gemaakt (meer hierover in de blog posts van Perry). Het betreft alle Interrogations, die gescand en van metadata worden voorzien. De taal ervan is meestal Engels, en soms Latijn. Er is geen subsidie nodig voor dit project, het wordt gefinancierd door Brill, verwachtend dat het break-even point wordt gehaald. Perry onderzoekt de mogelijkheid van “slicing and dicing” – selectieve toegang kunnen verkrijgen tot de data. Verder brengt Perry in een ander project de visserijgeschiedenis van Vlaardingen in kaart, samen met o.a. Jeroen Terbrugge. Hij wijst erop dat er ook veel relevant materiaal beschikbaar kan zijn in andere delen van de National Archives in Kew.

Hanno Brand: aan de Fryske Akademy vindt promotieonderzoek pklaats over de Friese scheepvaart op basis van de Prize Papers. Hanno werkt zelf aan een inventaris van Fries-gerelateerde documenten. Op basis daarvan zal hij een projectplan ontwikkelen en op zoek gaan naar subsidie. Het beoogde onderzoek zou een pendant van het Sonttol-project kunnen zijn. Hij wil vrijwilligers hiervoor betrekken uit de Friese werkgroep maritieme geschiedenis.
Nicoline zal “Friese” doumenten signaleren wanneer haar vrijwilligers ze tegenkomen.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>